Smaad en laster bij valse aangifte

Het enkele feit dat een aangifte niet heeft geleid tot een veroordeling, betekent nog niet dat de aangifte vals is geweest. Het is dus niet zo dat u bij een vrijspraak of sepot een vordering tegen de aangever kunt instellen terzake onrechtmatige daad, bestaande uit

  • Het doen van een valse aangifte
  • Smaad en laster

Bewijs valse aangifte

Het doen van een valse aangifte is strafbaar gesteld in artikel 188 Wetboek van Strafrecht:
"Hij die aangifte of klacht doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is".

Bewezen moest worden dat de verdachte de aangifte heeft gedaan, terwijl hij wist dat de aangifte niet waar is. Wetende dat, is een van de zwaardere opzetvarianten. U zult echt moeten bewijzen dat de verdachte op het moment van het doen van de aangifte wist dat de aangifte niet waar was.

Wanneer er voor de andere partij een redelijke verdenking bestond om u te beschuldigen of het vermoeden te uiten in de aangifte, kan er al geen sprake zijn van een valse aangifte.

Het leveren van bewijs van een valse aangifte is erg lastig, hoe onterecht de aangifte ook was. Slechts zelden kan op deze grond een vordering tot schadevergoeding worden ingesteld.

Smaad en laster

Bij een valse aangifte is daardoor ook niet snel voldaan aan de eisen om tot smaad of laster te komen. Uiteraard kunt u door de aangifte in uw eer en goede naam zijn geschaad, maar de ander heeft ook recht om van een strafbaar feit aangifte te doen en u daarvan te beschuldigen als die persoon meent dat u er achter zit. Ook hier wordt het pas onrechtmatig, wanneer de aangifte is gedaan terwijl de aangever wist dat het niet waar was wat hij vertelde.

Voorbeelden van beschuldigingen die al snel smaad of laster kunnen opleveren zijn:

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden