Vordering rectificatie bij smaad en laster

Een vordering tot rectificatie wordt gebaseerd op artikel 6:167 lid 1 BW, dat luidt:
“Wanneer iemand krachtens deze titel jegens een ander aansprakelijk is ter zake van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard, kan de rechter hem op vordering van die ander veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze.”

Hieruit blijkt dat het moet gaan om onjuiste of onvolledige uiting die bij rectificatie wordt rechtgezet.

Doel rectificatie

In HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3085 heeft de Hoge Raad het doel van een rectificatie verwoord:

"Het gaat in dit geding om de vraag of [eiser], door commentaar toe te voegen aan de door de voorzieningenrechter gelaste rectificatie, behoorlijk uitvoering heeft gegeven aan het desbetreffende rechterlijk bevel, waaraan een dwangsom was verbonden. Beantwoording van deze vraag dient plaats te vinden door hetgeen ter uitvoering van het veroordelend vonnis is verricht, te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Bij die uitleg dient het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te worden genomen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (HR 20 mei 1994, nr. 15330, NJ 1994, 652).

3.4 In deze zaak heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de uitlatingen van [eiser] onrechtmatig waren jegens [verweerder], ongeacht het antwoord op de vraag of de verwijten van [eiser] gegrond waren. Het gaat hier dus om uitlatingen die, ongeacht het waarheidsgehalte daarvan, onrechtmatig zijn geacht vanwege de nodeloos diffamerende wijze waarop de daarin geformuleerde mening is geuit. Het doel van de rectificatie was daarom de smet die op de reputatie van [verweerder] is geworpen, zoveel mogelijk te herstellen. Wilde dit doel worden bereikt, dan mocht de rectificatie niet worden gevolgd of voorafgegaan door mededelingen en/of commentaar waardoor de reputatie van [verweerder] opnieuw in diskrediet zou worden gebracht, omdat daardoor de rectificatie zou worden ontkracht. Het onderhavige bevel, naar doel en strekking uitgelegd, impliceerde dus uit zijn aard een zekere beperking van het in art. 7 Grondwet en 10 EVRM gewaarborgde recht op vrijheid van meningsuiting. Deze beperking is bij wet voorzien (gelet op de artikelen 3:296, 6:162 en 6:167 BW), en zij is om de voormelde reden in een democratische samenleving nodig in het belang van de bescherming van de goede naam van anderen. Gelet op enerzijds het gewicht dat in een democratische samenleving toekomt aan het recht op vrijheid van meningsuiting en de daarmee verband houdende, in art. 10 lid 2 EVRM besloten liggende, eis dat een beperking daarvan proportioneel moet zijn aan het daarmee nagestreefde doel, en anderzijds op de uit de rechtszekerheid voortvloeiende eis dat het bevel voldoende duidelijk moet zijn afgebakend, moet worden aangenomen dat slechts van een ontkrachting van de rectificatie kan worden gesproken wanneer in redelijkheid niet kan worden betwijfeld dat de toegevoegde mededelingen en/of commentaar dat gevolg hebben.

3.5 Het hof heeft vastgesteld dat de in zijn arrest aangeduide passages in het begeleidend commentaar dat onderdeel uitmaakt van de op 12 september 2004 door [eiser] verzonden brief, de kennelijke strekking hebben de geadresseerden ervan te doordringen dat [eiser] nog steeds achter zijn brief van 24 mei 2004 staat, en dat de rectificatie door de toevoegingen volledig is ontkracht. Deze oordelen worden door de middelen op zichzelf niet bestreden, zodat zij in cassatie mede tot uitgangspunt dienen. Dit leidt ertoe dat alle klachten die door de middelen naar voren worden gebracht, afstuiten op hetgeen hiervoor in 3.3 en 3.4 is overwogen."

Voorwaarde: onrechtmatige uitlatingen op die plaats

Een vordering tot rectificatie op een bepaalde plaats kan alleen worden toegewezen indien de gedaagde partij ook op die plaats zich eerder onrechtmatig heeft uitgelaten.

Zie bijv. ten aanzien van een vordering tot rectificatie in een dagblad en op internet:
"Gesteld noch gebleken is dat Y in een (landelijk) dagblad onrechtmatige uitlatingen hebben gedaan over X. Dat er op weblogs van diverse kranten berichten over X zouden zijn verschenen, moge zo zijn, maar onvoldoende aannemelijk is geworden dat deze door toedoen van Y  is geplaatst. Voor de berichten over X op de hyvespagina’s van Y geldt hetzelfde. Bovendien heeft Y ter zitting verklaard dat hij iedere dag controleert of er geen lasterlijke berichten over X zijn geplaatst op de door hem beheerde websites en zijn hyvespagina en zo ja, dat hij in dat geval tot verwijdering van deze berichten overgaat. De beide vorderingen tot rectificatie zullen derhalve worden afgewezen (ECLI:NL:RBARN:2011:BP5117).

Voorbeelden vordering rectificatie

Het is van groot belang om vooraf goed na te denken over de vordering tot plaatsing van de rectificatie. Voorbeelden van vorderingen tot rectificatie zijn:

Indien de vordering tot rectificatie wordt gedaan, dient ment zich onder meer af te vragen:

  • in welke medium?
  • Welke tekst?
  • In welke vorm?
  • Hoe lang?

Het is van belang dat de vordering tot rectificatie nauwgezet wordt afgebakend en dat precies wordt geformuleerd hoe de rectificatie moet worden geplaatst. Het kan daarbij ook verstandig zijn om te vorderen dat bijschrijvingen niet toegestaan zijn, hoewel ook zonder die toevoeging vaak door rechters wordt geoordeeld dat met bijschrijvingen niet is voldaan aan de rectificatieplicht (bijv. ECLI:NL:RBGEL:2015:4675)

"RECTIFICATIE
Bij vonnis van de Rechtbank Alkmaar zijn de Belangenvereniging voor Gedupeerde Recreanten, en haar bestuurders [gedaagde 2] en [bestuurder 2] veroordeeld tot het plaatsen van deze rectificatie. Ten onrechte hebben wij de ondernemingen [volgt de naam en vestigingsplaats van alle eisers, Rb]in diskrediet gebracht door strafbare en onrechtmatige uitlatingen onzerzijds. Wij bieden u hiervoor onze excuses aan.
De Belangenvereniging voor Gedupeerde Recreanten
[gedaagde 2]
[bestuurder 2]"

"RECTIFICATIE
Ik, [gedaagde], wonende te [woonplaats], heb onder valse naam ‘Ko van Dijk’ in mijn artikel ‘Een Pornoschandaal achter Astro-Tv’ zonder feitelijke onderbouwing de indruk gewekt dat Total Telecom en haar manager de heer [eiser2] rechtstreeks inkomsten genereren uit de seks- of porno-industrie. Deze stelling kan ik echter niet aannemelijk maken.
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 maart 2013 met zaaknummer 02/259680 / KG ZA 13-74 ben ik veroordeeld om deze rectificatie te plaatsen." (rectificatie met verplichting bekendmaking ID achter pseudoniem op internet, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ7749).

NIET: verplichten om spijt te betuigen

Een vordering om een ander te verplichten om spijt te betuigen is niet mogelijk. Dit was aan de orde in de uitspraak van de rechtbank Breda, 6 december 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY6447:
"Ten aanzien van de vordering onder I is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] niet tot deze rectificatie gehouden kan worden. De rectificatie houdt in dat [gedaagde] haar oprechte excuses moet aanbieden en dat zij moet rectificeren dat ‘[eisers]. het beste voor hebben met de honden en dit ook altijd hebben gehad’. Het gaat hier om interne gevoelens. Interne gevoelens kunnen iemand niet opgelegd worden. De rechter kan namelijk niet bevelen dat iemand zijn (onrechtmatige) mening verandert. Daarnaast ligt het niet in de macht van [gedaagde] om uitvoering te geven aan de vordering, nu zij onder andere geen beheerder van de genoemde websites is. De vordering zal daarom worden afgewezen."

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden