Onduidelijk of berichten met telefoon van verdachte is geplaatst
Geplaatst op: 16 maart 2026Er was een instagrambericht geplaatst met de volgende teksten:
– ‘ [benadeelde] was one of the cops shoving, beating and choking anti-Zionist protestors participating in a sit-in at Groningen Station to call for an end to the ongoing genocide in Palestine’ en/of
– ‘ they abused a mother arid father and arrested them-separating mem from their children-after the cops ordered the crowd to stop chanting “Israel is a terrorist state” and “Israel terrorist”, en/of
– ‘ Professional loser at Groningen Police’, en/of
– ‘ Zionist piece of shit’, en/of
-‘So basically this mofoka started to push and kick people while leaving peacefully. It seems that they were not allowing us to chant Israël Terrorist and since people didn’t stop he target a couple of people to kick them and eventually detain. He was throwing punches and kicks like if it was a street fight. He even got his stick out and threaten people swinging it at them’,
De vraag was uiteindelijk wie verantwoordelijk was voor het plaatsen van het bericht. Belangrijk hierbij is dat medeplegen niet ten laste was gelegd. Vastgesteld moest daarom worden wie de plaatser was:
Lees meer >
Klacht bij klachtencommissie tegen politieagent kan geen laster opleveren
Geplaatst op: 28 november 2025Een klacht die bij een klachtencommissie van de politie tegen een politieagent wordt gedaan, kan geen laster opleveren, ook al klopt de klacht niet. Dat is de conclusie van een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 30 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5168.
Lees meer >
Beoordelingskader smaad strafrecht
Geplaatst op: 04 januari 2021Bij de vraag waar de grens van de in artikel 10 van het EVRM gegarandeerde vrijheid van meningsuiting ligt, dient het toetsingskader gevonden te worden in het Nederlandse recht (waaronder de door de gemachtigde in raadkamer aangehaalde rechterlijke uitspraken), waarbij de uitleg van de relevante bepalingen mede gezien moet worden in het licht van de rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM). Blijkens vaste rechtspraak van het EHRM moet er in een democratie in beginsel ook ruimte zijn voor uitlatingen die kwetsen, choqueren of verontrusten; in een democratie mag uit het kwetsende karakter van bepaalde uitlatingen niet te snel een rechtvaardiging voor een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting worden afgeleid. Dit geldt – eveneens naar vaste rechtspraak van het EHRM – te meer indien de uitingen politici of bestuurders betreffen. Bezien in het licht van deze rechtspraak, en uitsluitend oordelend over de door het openbaar ministerie in diens schriftelijke beslissing tot voorwaardelijk sepot geselecteerde uitingen en de context waarin deze uitlatingen zijn gedaan – zoals door de raadsman ter zitting uiteengezet – acht het hof het niet uitgesloten dat een strafrechter, oordelend over deze uitingen, tot vrijspraak dan wel ontslag van rechtsvervolging zou komen (Gerechtshof Amsterdam, 3 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:6153,
Lees meer >
Voor bewijs ‘wetende dat’ bij laster is meer nodig dan voorwaardelijk opzet
Geplaatst op: 16 september 2019Voor het bestanddeel ‘wetende dat’(opzet) is in het algemeen voorwaardelijk opzet vereist. De wetsgeschiedenis van art. 262 Sr geeft echter aanleiding anders over de betekenis te oordelen. ‘Wetende dat’ komt in dit gebruik een bijzondere, beperkte betekenis toe. Voorwaardelijk opzet alleen is hierbij niet toereikend.
Lees meer >
Vrijheid van meningsuiting bij column prevaleert
Geplaatst op: 07 december 2017Een columnist mag artikelen schrijven over de komt van een pedoseksueel naar een bepaalde gemeente, ook als herin shockerende teksten in staan.
Lees meer >
Publicist uitgemaakt voor ‘kierewiet’ niet onrechtmatig
Geplaatst op: 26 september 2017Peter R. de Vries noemde de publicist Dankbaar ‘kierewiet’ naar aanleiding van wat hij schrijft over de moord op Vaatstra. Die is daar een kort geding voor begonnen en eiste rectificatie en schadevergoeding. De vorderingen werden echter afgewezen.
De rechter oordeelde dat de publicist zichzelf, door zijn publicaties, tot publiek persoon heeft gemaakt en moet daarmee krachtiger tegengeluiden dulden dan andere personen. De ongezouten mening van De Vries vormt een waardeoordeel, met voldoende feitelijke basis om niet excessief te zijn. De publicist heeft (zo blijkt onder meer uit een eerder vonnis van de voorzieningenrechter in Haarlem) de nabestaanden van Vaatstra zodanig lastiggevallen dat hem een contactverbod is opgelegd. Ook moest hij een aantal publicaties rectificeren. De vrijheid van meningsuiting laat ruimte voor provocatie en overdrijving. Van dat laatste is volgens de rechter onmiskenbaar sprake als De Vries het heeft over afvoeren in een dwangbuis. Duidelijk is immers dat hij daar niet over gaat en dat degenen die daar wel over beslissen aan zijn mening geen boodschap zullen hebben. Het bieden van de mogelijkheid tot weerwoord aan de publicist was ook niet nodig, oordeelt de rechter: dat zou immers gaan over de alternatieve lezing die de publicist er op na houdt – en daar ging het vraaggesprek niet over. Een weerwoord tegen een waardeoordeel is bovendien niet zinvol (rb Amsterdam, 26 september 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:6955).
Lees meer >
Ruchtbaarheid geven bij smaad en laster
Geplaatst op: 25 juli 2017Onder “ruchtbaarheid geven” als bedoeld in art. 261 Sr dient te worden verstaan “het ter kennis van het publiek brengen”. Met zodanig ‘publiek’ is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. Van “het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven” kan ook sprake zijn indien de mededeling aan niet meer dan één persoon is gedaan. Bij de beoordeling van de vraag of een mededeling wordt gedaan met het kennelijke doel om deze ter kennis van het publiek te brengen kan van belang zijn of verwacht mag worden dat de ontvanger van de (smadelijke) mededeling daar vertrouwelijk mee omgaat. Indien de ontvanger een ambt bekleedt dat met discretie pleegt te worden uitgeoefend, kan zich licht het geval voordoen dat het oordeel dat is gehandeld met het kennelijke doel om aan de mededeling ruchtbaarheid te geven nadere motivering behoeft. Onder omstandigheden kan ook een nadere motivering zijn vereist indien de relatie met de ontvanger zodanig is dat de verdachte in redelijkheid mag verwachten dat deze de mededeling niet zal verspreiden in een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. (Vgl. Hoge Raad 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2848, NJ 2017/6.)
Lees meer >
Geheim gefilmde camerabeelden door journalist kan smaad opleveren
Geplaatst op: 25 juli 2017In de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, 14 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2226 gaat het om in het geheim door een journalist gemaakte videobeelden.
Lees meer >
Tenlastelegging bepaald feit: duidelijk te onderkennen concrete gedraging
Geplaatst op: 14 oktober 2016Waar het gaat om het verwijt ’tenlastelegging van een bepaald feit’ moet het gaan om een duidelijk te onderkennen concrete gedraging (HR 16 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1198. Niet voldoende is wanneer het gedrag slechts in algemene termen wordt geduid en niet is toegespitst op een concrete gedraging.
Lees meer >
Beschuldigingen bank van fraude is smaad
Geplaatst op: 06 augustus 2016Beschuldigingen van RBS Bank van fraude levert smaad op nu deze beschuldiging niet op voldoende feitelijke grondslag berust en onnodig denigrerend is (Rb Groningen, 26 september 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8427).