Vrijheid van meningsuiting

Een ieder is vrij om zijn of haar mening te uiten. Een ieder heeft het recht om gedachten en gevoelens van welke inhoud dan ook te uiten. Dat betekent dat een ieder de vrijheid heeft zijn hart te luchten en zich op negatieve wijze over iemand anders uit te laten, ook als die uitlatingen een beschuldiging aan het adres van een ander inhouden.

Wettelijk kader vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting is wettelijk als volgt geregeld:

  • Artikel 10 EVRM – Vrijheid van meningsuiting

    1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.
    2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

  • Artikel 7 Grondwet – vrijheid van meningsuiting

    3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

Reikwijdte vrijheid van meningsuiting

Het recht op vrijheid van meningsuiting is niet onbegrensd, maar bij wet beperkt gelet op de rechten van anderen. Een wettelijke beperking wordt gevonden in het strafrecht, indien bijvoorbeeld, er sprake is van smaad of smaadschrift. In het civiele recht wordt een beperking gevonden in de onrechtmatige daad, welke beperking meebrengt dat de vrijheid van meningsuiting begrensd wordt door de zorgvuldigheid en de betamelijkheid die in het maatschappelijk verkeer jegens anderen in acht genomen dienen te worden. Of een uiting onrechtmatig is hangt af van de omstandigheden van het geval. Bij de afweging of een beperking van de vrijheid van meningsuiting niet verder gaat dan strikt noodzakelijk, dient een belangenafweging plaats te vinden. De volgende aspecten spelen daarbij een rol:

  1. de aard van de uitlatingen waarin een verdenking of aantijging besloten ligt, en de redelijkerwijs te verwachten gevolgen voor degene jegens wie die verdenking wordt geuit of die aantijging wordt gedaan;
    Hoe is het gezegd, tegen welk publiek en wat zijn de gevolgen voor de ander;
  2. de ernst – ook maatschappelijk bezien – van de misstand welke de uitlatingen aan de kaak beogen te stellen. Wat heeft die ander fout gedaan en hoe ernstig is die fout? Wordt binnen het kader van de uitlatingen deze misstand duidelijk, of gaat de uitlating daarin te ver?
  3. de mate waarin ten tijde van de uitlatingen de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal? Kan de beschuldiging worden bewezen of gaat slechts om een ongefundeerde mening?
  4. had de misstand ook op een andere wijze aan de kaak gesteld kunnen worden?
  5. Zouden de beschuldigingen ook al via andere weg in de publiciteit terecht komen?
  6. de maatschappelijke positie en publieke gedragingen van degenen over wie de uitlatingen worden gedaan.Bij een publiek figuur worden uitlatingen minder snel als smaad aangemerkt dan bij een doorsnee burger die niet in de schijnwerpers staat

In het algemeen kunnen we vaststellen dat je niet een ander zomaar, ongefundeerd, kunt beschuldigen, door hem bijvoorbeeld pedofiel of oplichter te noemen. Die beschuldigingen gaan te ver.

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden